Sea chart of North- and Zuyderzee – Beschrijvinge vande vermaerde stroemen (..); L.J. Waghenaer / J. van Deutecom – 1584
Lucas Janszoon Waghenaer (1533 – 1606) / Joannes van Deutecom (1530 – 1605).
Rare contemporary colored sea chart of the North and Zuiderzees around Holland and Friesland by Lucas Janzn. Waghenaer. Antique copper engraving engraved by Johannes van Deutecom and published in Leiden in 1584 by Christoffel Plantijn. From the first nautical guide with maps, the Spieghel der Zeevaart.
€5.250,00
Out of stock
Description
Details
- Type: cartographic print
- Title: Beschrijvinge vande vermaerde stroemen, Tvlie ende Tmaersdiep, opstreckende Inde Zuijder Zee voer bij Enchuijsen tot Amstelredam (..)
- Publication: 1584, third state (latin text added to the right bottom, first state published in 1583)
- Technique: copper engraving, contemporary coloring
- Carthographer: Lucas Janszoon Waghenaer
- Engraver: Ioannes á Doetecom
- Publiced in: Teerste Deel vande Spieghel der Zeevaert (..) door Christoffel Plantijn in Leiden
- Size print: 32.5 x 52.0 cm
- Size paper: 39 x 57.0 cm
- Verso: Dutch text, p. 2
- ID: M5100S
- Source: Koeman IV Wag 2a [2b]; Schilder Monumenta Cartographica Neerlandica vol.1 p.13-24
Condition: A
Very good, given age. Centerfold as issued, with original margins. Sharp print on heavy laid paper, with bright coloring. General signs of age, with some imperfections and spots, some discoloration in the margins, and tape from previous framing visible on the verso.
Zeer goed, gegeven de leeftijd. Middenvouw als uitgegeven met originele marges. Scherpe afdruk op dik gelegd papier, met heldere kleuring. Gebruikelijke ouderdomsverschijnselen, met enkele imperfecties en vlekjes, in de marges wat verkleuring, tape van eerder inlijsting op het verso zichtbaar.
Backgrounds
Lucas Janszoon Waghenaer (1533 – 1606)
Lucas Janszoon Waghenaer grew up in Enkhuizen, a fishing port in the Netherlands on the Zuiderzee. In his early years, Waghenaer must have made many voyages and his talent as a pilot must have already been recognized. It is known that around 1570, Waghenaer was involved in drawing sea charts. The first indication of his cartographic activity was the plan of the town, engraved by Harmen Hansz. Muller of Amsterdam and dated 2 February. 1577.
In 1579, he gave up his career as a maritime pilot and obtained a post in the town. At the same time, he prepared his chartbook. In 1580, he was granted a patent for two large charts of the coasts of Europe. One of these portolan charts is the general map from the Spieghel der Zeevaerdt of 1584 and in later editions. The cutting of the plates cost Waghenaer a large sum. He was constantly seeking loans and had to accept small jobs to help in earning a living. In the wealthy town of Enkhuizen, he was a poor man, seeking support in every direction and trusting in the success of his great undertaking: the edition of the Spieghel der Zeevaerdt. Thanks to years of support by his friend and councellor Francois Maelson, the first part of the Spieghel went to press in Plantijn’s recently established printing house in Leiden, in the spring of 1583,. He dedicated the work to Prince William of Orange. On 25 January 1584, he had a formal certificate drawn up before a notary: they gave an attestation concerning the charts’ reliability and originality in the Spieghel der Zeevaerdt.
Waghenaer continued to work on the completion of the second volume of the Spieghel. In the meantime, the first volume had met with considerable success and was reprinted several times during the first two years. The work was reprinted regularly and was also very popular in England. Waghenaer had already become a famous man. Soon after the appearance of his Spieghel, he formulated a plan also to publish an improved “rutter of the sea’. This was to become the Thresoor der Zeevaerdt of 1592. In addition to the revenue from his books, he received additional income from the sale of loose portolan charts. In 1580, he was granted a patent for two large charts of the coasts of Europe. One of these portolan charts is the general map from the Spieghel der Zeevaerdt of 1584 and in later editions.
In 1592, Jan Huygen van Linschoten settled in the town and wrote the journal of his voyages in Asia, which he published in 1596. Van Linschoten helped Waghenaer with the compilation of another new seaman’s guide: the Enchuyser Zeecaertboeck, with important information about Northern Europe’s coasts.
In 1598, Waghenaer was appointed member of the commission set up to find a method of determining longitude at sea. In the last years of his life, he must have been in financial difficulties. He died in 1606, leaving his widow in dire circumstances.
Lucas Janszoon Waghenaer groeide op in Enkhuizen, een vissershaven in Nederland aan de Zuiderzee. In zijn jonge jaren moet Waghenaer vele reizen hebben gemaakt en moet zijn talent als loods al erkend zijn. Het is bekend dat Waghenaer rond 1570 zeekaarten tekende. De eerste aanwijzing voor zijn cartografische activiteiten is de plattegrond van de stad, gegraveerd door Harmen Hansz. Müller uit Amsterdam en gedateerd 2 februari 1577.
In 1579 gaf hij zijn carrière als zeeloods op en kreeg een baan in de stad. Tegelijkertijd bereidde hij zijn kaartenboek voor. In 1580 kreeg hij een patent voor twee grote kaarten van de Europese kusten. Een van deze portolaankaarten is de overzichtskaart uit de Spieghel der Zeevaerdt van 1584 en latere edities. Het snijden van de platen kostte Waghenaer een flinke som geld. Hij was constant op zoek naar leningen en moest kleine klusjes aannemen om in zijn levensonderhoud te voorzien. In het welvarende Enkhuizen was hij een arme man, die overal steun zocht en vertrouwde op het succes van zijn grote onderneming: de uitgave van de Spiegel der Zeevaerdt. Dankzij jarenlange steun van zijn vriend en raadgever François Maelson ging het eerste deel van de Spieghel in het voorjaar van 1583 naar de drukkerij van Plantijn in Leiden. Hij droeg het werk op aan Prins Willem van Oranje. Op 25 januari 1584 liet hij een officieel certificaat opstellen door een notaris, waarin de betrouwbaarheid en originaliteit van de kaarten in de Spieghel der Zeevaerdt werden bevestigd.
Waghenaer werkte verder aan het tweede deel van de Spieghel. Intussen had het eerste deel aanzienlijk succes geboekt en was het in de eerste twee jaar meerdere malen herdrukt. Het werk werd regelmatig herdrukt en was ook in Engeland zeer populair. Waghenaer was inmiddels een beroemd man geworden. Kort na het verschijnen van zijn Spieghel formuleerde hij een plan om ook een verbeterde ‘zeegids’ uit te geven. Dit zou de Thresoor der Zeevaerdt van 1592 worden. Naast de inkomsten uit zijn boeken ontving hij extra inkomsten uit de verkoop van losse portolaankaarten. In 1592 vestigde Jan Huygen van Linschoten zich in de stad en schreef het reisverslag van zijn reizen in Azië, dat hij in 1596 publiceerde. Van Linschoten hielp Waghenaer bij het samenstellen van een andere nieuwe zeegids: het Enchuyser Zeecaertboeck, met belangrijke informatie over de kusten van Noord-Europa.
In 1598 werd Waghenaer benoemd tot lid van de commissie die was opgericht om een methode te vinden voor het bepalen van de lengtegraad op zee. In de laatste jaren van zijn leven moet hij in financiële moeilijkheden hebben verkeerd. Hij stierf in 1606 en liet zijn weduwe in grote problemen achter.
Spieghel der Zeevaerdt / Speculum Nauticum
The Spieghel der Zeevaerdt holds a unique place among the printed rutters of the sea in the 16th century because it is the first printed rutter with charts. Further, it outranks any other rutter of its period, with its splendid presentation of charts and text; as such it stood as a model for the folio-size pilot-guides with charts in the 17th century.
Thanks to the unparalleled skill of the engravers, Baptist and Johannes van Deutecom, the original charts by Waghenaer were transformed into the most beautiful maps of the period. The composition and the adornment have greatly contributed to the splendour of what originally were simple sketch-charts; the typography of the Plantijn printing house at Leiden further added to the quality of the book. In its concept, the text follows the traditional composition of the 16th century pilot-guides but the charts form a new element. One remarkable feature is the coastal profiles projected onto the land along the coasts, further elucidated by profiles drawn in the open areas of the charts.
There is no evidence that Waghenaer copied his charts from existing sources. Some of them must have been based on his personal observations and for the whole of the work he must have relied on his own rich experience in practical navigation.
De Spieghel der Zeevaerdt neemt een unieke plaats in onder de gedrukte zeekgidsen uit de 16e eeuw, omdat het de eerste nautische gids met kaarten is. Bovendien overtreft het elke andere zeekaart uit die periode, met zijn schitterende presentatie van kaarten en tekst; het diende dan ook als model voor de folio-formaat pilotengidsen met kaarten uit de 17e eeuw.
Dankzij de ongeëvenaarde vaardigheid van de graveurs Baptist en Johannes van Deutecom werden de originele kaarten van Waghenaer omgevormd tot de mooiste kaarten van die tijd. De compositie en de versiering hebben in hoge mate bijgedragen aan de pracht van wat oorspronkelijk eenvoudige schetskaarten waren; de typografie van drukkerij Plantijn te Leiden droeg verder bij aan de kwaliteit van het boek. Qua opzet volgt de tekst de traditionele compositie van de 16e-eeuwse pilotengidsen, maar de kaarten vormen een nieuw element. Een opvallend kenmerk zijn de kustprofielen die op het land langs de kusten zijn geprojecteerd, verder verduidelijkt door profielen die in de open gebieden van de kaarten zijn getekend.
Er is geen bewijs dat Waghenaer zijn kaarten van bestaande bronnen heeft gekopieerd. Sommige ervan moeten gebaseerd zijn geweest op zijn eigen waarnemingen en voor het gehele werk moet hij hebben vertrouwd op zijn eigen rijke ervaring in de praktische navigatie.
The Van Deutecom family
Several members of the Van Deutecom (Doetecum) family played an important role as engravers and publishers in the development of Dutch cartography in the period between 1560 and 1630. Joannes van Deutecom the Elder (1530 – 1605) was one of the Netherlands’ most famous engravers. He was involved in the development of cartography in the Netherlands and made etchings inspired by works after genre scenes by Pieter Bruegel. Together with his brother Lucas and sons Baptista (1555 – 1611) and Joannes II (1558 – 1630), they worked in Deventer, Antwerp, Haarlem, and Rotterdam for publishers such as Hieronymus Cock, Nicolaus Liefrincx, Gerard de Jode, Abraham Ortelius, Petrus Plancius, and Lucas Janszn. Waghenaer. The quality of their engraving work was praised by colleague Matthias Quad: ‘umb dat jahr 1570 … eine gantz newe und uberkünstige art van etzen erfunden, also dasz sie allerley Figuren, Landtaffeln, mit allen Schrifften und Littern darin, so rein, geeff, lind und verblasen in Kupffer etzen kundten und noch kunnen, dasz es lange zeit van vielen verstendigen fur keine etzung, sonde reine reinen Schnitt is angesehen worden.’
Verschillende leden van het geslacht Van Deutecom (Doetecum) hebben als graveur en uitgever een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlandse cartografie in de periode tussen 1560 en 1630. Joannes van Deutecom de Oude (1530 – 1605) was één van Nederlands bekendste graveurs. Hij was betrokken bij het ontstaan van de cartografie in de Nederlanden en maakte etsen geïnspireerd op werken naar genretaferelen van Pieter Bruegel. Samen met zijn broer Lucas en zoons Baptista (1555 – 1611) en Joannes II (1558 – 1630) werkten zij in Deventer, Antwerpen, Haarlem en Rotterdam voor uitgevers als Hieronymus Cock, Nicolaus Liefrincx, Gerard de Jode, Abraham Ortelius, Petrus Plancius en Lucas Janszn. Waghenaer. De kwaliteit van hun graveurswerk werd geroemd door collega Matthias Quad: ‘umb dat jahr 1570 … eine gantz newe und uberkünstige art van etzen erfunden, also dasz sie allerley Figuren, Landtaffeln, mit allen Schrifften und Littern darin, so rein, geeff, lind und verblasen in Kupffer etzen kundten und noch kunnen, dasz es lange zeit van vielen verstendigen fur keine etzung, sonde reine reinen Schnitt is angesehen worden.’










