Drenthe – Drentia Comitatus Transiselaniae Tabula II.; W. & J. Blaeu – 1638-1658

Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) / Joan Blaeu (1596 – 1673).

Antieke folio kaart van Drenthe. Uit de Atlas Novus van Willem en Joan Blaeu.

575,00

1 in stock

Description

Linksboven een decoratief titelcarthouche, met aan weerszijden jagers met windhonden. Boven het wapen van Overijssel, onder het wapen van het Landschap Drenthe. Drenthe viel bestuurlijk onder Overijssel. Deze kaart werd vanaf 1637 door Johannes Janssonius en vanaf 1638 door Willem Jansz. en Joan Blaeu uitgegeven. De kaart is in 1634 gekarteerd door Cornelis Pijnacker, cartograaf, hoogleraar en diplomaat. Vanaf 1629 woonde Pijnacker in Drenthe.

Details

  • Type: carthografische prent
  • Volledige titel: Drentia Comitatus Transiselaniae Tabula II.
  • Techniek: kopergravure
  • Carthograaf: Cornelis Pijnacker
  • Gepubliceerd in: Appendice dela I & II Parties du Théatre du Monde ou Nouvel Atlas (..) door Willem Janz. & Joan Blaeu te Amsterdam
  • Periode: 1638-1658
  •   38.4 x 52.7 cm. (15.1 x 20.7 inches)
  • 46,1 x 54.5 cm (18.1 x 21,5 inches)
  • Verso: Franse tekst / ‘Zz’ / 48
  • 9850 P
  • Bron: Koeman Bl 15 (295)

Conditie: A

Uitstekend, gegeven de leeftijd. Middenvouw als uitgegeven, met ruime marges. Scherpe afdruk met heldere kleuring.

Achtergronden

Het ‘Toonneel des Aerdrycks ofte Nieuwe Atlas’ was de eerste atlas die Willem Jansz. Blaeu in 1635 uitgaf. De atlas groeide uit van een atlas in twee delen in 1635 naar een atlas in zes delen in 1658.

Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) werd geboren als de zoon van een welvarende, doopsgezinde koopman. Willem had interesse voor de wetenschap en tussen 1594 en 1596 trok hij naar de Deense astronoom Tycho Brahe, van wie hij instrumenten en globes leerde maken. In 1599 kocht Blaeu een stuk grond op de Lastage. Vanuit zijn huis had hij iedere dag uitzicht op de schepen en de haven. Hij legde zich toe op het maken van globes en zeekaarten en redigeerde het werk van intellectuelen als Descartes en Hugo Grotius. Eenmaal in goeden doen verhuisde hij naar de Damrak in het pand de vergulde Sonnewijser. Door voortdurend contact bleef hij op de hoogte met de nieuwste bevindingen van de schippers, kapiteins en zeelieden.

De naam Blaeu (in het Latijn: Caesius) is hij pas na 1620 min of meer officieel gaan voeren. In 1633 werd hij aangesteld als kaartenmaker van de VOC en als examinator van de VOC-stuurlieden. In 1635 kwam zijn eerste atlas uit, ‘Theatrum Orbis Terrarum, sive, Atlas novus’, met meer dan 200 kaarten. De atlas groeide in omvang en er verschenen uitgaven met tekst in het Duits, Nederlands, Latijn en Frans. In 1637 werd het bedrijf verplaatst naar de Bloemgracht. Op 21 oktober 1638 werd hij begraven in de Nieuwe Kerk.

Dr. Joan Willemsz. Blaeu (1596 – 1673) is Nederlands beroemdste uitgever. Joan Blaeu was tevens bestuurder van Amsterdam . In 1631 verscheen de naam Joan voor het eerst in een editie van de Atlantis Appendix. In 1638 nam Joan de zaak van zijn vader over. In 1649 publiceerde hij het beroemde stedenboek ‘Novum ac Magnum Theatrum Urbium (..)’ en de Nederlandstalige versie, Toonneel der Steden van de Vereenighde Nederlanden (..). In 1662 verscheen de beroemde Atlas Maior met 600 kaarten, één van de duurste uitgaven in de 17e eeuw en nog steeds één van de belangrijkste werken ooit gepubliceerd. In 1672 verwoeste een brand het atelier en de drukkerij van Blaeu in de Gravenstraat.

Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) was born the son of a prosperous Mennonite merchant. Willem was interested in science and between 1594 and 1596 he went to the Danish astronomer Tycho Brahe, from whom he learned to make instruments and globes. In 1599 Blaeu bought a piece of land on the Lastage. From his home he had a view of the ships and the harbor every day. He concentrated on making globes and nautical charts and edited the work of intellectuals such as Descartes and Hugo Grotius. Once in good shape, he moved to the Damrak in the gilded Sonnewijser building. Through constant contact he kept up to date with the latest findings of the skippers, captains and sailors.

He started using the name Blaeu (in Latin: Caesius) more or less officially after 1620. In 1633 he was appointed as mapmaker of the VOC and as examiner of the VOC officers. In 1635 his first atlas was published, ‘Theatrum Orbis Terrarum, sive, Atlas novus’, containing more than 200 maps. The atlas grew in size and editions appeared with text in German, Dutch, Latin and French. In 1637 the company was moved to the Bloemgracht. On October 21, 1638 he was buried in the Nieuwe Kerk.

Joan Blaeu (1596 – 1673) is Dutch most famous publisher. He was born in Alkmaar, the son of cartographer Willem Blaeu. In 1620 he became a doctor of law but he joined the work of his father. In 1635 they published the Atlas Novus (full title: Theatrum orbis terrarum, sive, Atlas novus) in two volumes. Joan and his brother Cornelius took over the studio after their father died in 1638. Joan became the official cartographer of the Dutch East India Company. Around 1649 Joan Blaeu published a collection of Dutch city maps named Tooneel der Steeden (Views of Cities). In 1651 he was voted into the Amsterdam council. In 1654 Joan published the first atlas of Scotland, devised by Timothy Pont. In 1662 he reissued the atlas with 11 volumes, and one for oceans. It was also known as Atlas Maior. A cosmology was planned as their next project, but a fire destroyed the studio completely in 1672. Joan Blaeu died in Amsterdam the following year.